Categorieën
Blog

Trombose door de anticonceptiepil

Deze maand focussen wij ons op trombose door de anticonceptiepil. Voordat je verder leest, is het belangrijk om te begrijpen dat het ook mogelijk is om trombose door andere vormen van anticonceptie te krijgen, zoals de ring of de pleister. In de artikelen die wij hebben gepubliceerd, hebben wij ons gefocust op de anticonceptiepillen.

In 2013 zei minister Edith Schippers van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport dat het belangrijk is dat bijwerkingen van geneesmiddelen worden gemeld, omdat het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) op basis van de cijfers bepaalt of het nodig is om maatregelen te nemen. 

In Nederland kunnen bijwerkingen van medicijnen zoals de anticonceptiepil bij het Bijwerkingencentrum Lareb worden gemeld. Sinds 2007 zijn zorgverleners op grond van de Geneesmiddelenwet verplicht om dit te doen in ernstige gevallen, zoals bij een trombose. Niet alleen zorgverleners kunnen dit doen, maar ook patiënten kunnen hun bijwerking doorgeven via de website van Lareb.

De onderstaande cijfers heeft het Bijwerkingencentrum vrijgegeven in februari 2020. “Je kunt geen conclusies verbinden aan de meldingen over hoe vaak het voorkomt, maar het geeft wel aan dat het in de praktijk gebeurt”, aldus de directrice van het Bijwerkingencentrum, Agnes Kant. De cijfers op de website van het CBG wat betreft de kans op een trombose per hormonale anticonceptie laten zien dat het werkelijke aantal veel hoger moet liggen. 

Uit eigen ervaring weten wij dat veel vrouwen die trombose door de pil hebben gekregen vaak niet weten dat zij het kunnen melden. Wij raden aan om jouw trombose door de pil hier te melden.

Eline, 2021

In de onderstaande grafieken (Figuur 1 & 2) is ook te zien dat het aantal meldingen van mogelijke trombose door de pil bij sommige hormoonsamenstellingen van de pillen hoger is dan bij andere pillen. Het is belangrijk om te begrijpen dat sommige pillen, zoals de ethinylestradiol/levonorgestrel, veel vaker worden gebruikt dan andere. Hoeveel gebruiksters iedere pil heeft, is moeilijk te achterhalen. Dit komt doordat elke organisatie die cijfers op dit gebied bijhoudt een andere definitie of tijdsafbakening gebruikt. 

Figuur 1: Aantal meldingen per stofnaam bij alle leeftijden (1988-2019) (BRON: bijwerkingencentrum Lareb)
Figuur 2: Aantal meldingen per stofnaam bij patiënten t/m 20 jaar (1996-2019) (BRON: bijwerkingencentrum Lareb)
Hoeveel risico op trombose heb ik (gehad) met mijn anticonceptiemiddel?

Je hebt altijd een hele kleine kans op trombose. Zelfs als je gezond bent. In figuur 3 kun je zien hoeveel kans op trombose jij hebt met jouw hormonale anticonceptiemiddel als je gezond bent. 

Figuur 3: risico trombose per anticonceptiepil (Bron: CBG)

Sommige anticonceptiemiddelen met hormonen hebben dus een grotere kans op trombose dan andere. Er zijn ook vormen van hormonale anticonceptie die helemaal geen kans op een gevaarlijke bloedklonter met zich meebrengen, namelijk: het spiraaltje, het staafje, de prikpil en de ‘minipil’: een anticonceptiepil met één hormoon. Andere anticonceptiemiddelen zonder hormonen, zoals het koperspiraaltje en condooms, brengen ook helemaal geen risico op trombose met zich mee. 

Voor vrouwen die al trombose hebben gehad, is het van belang om met de huisarts te overleggen welke vorm van anticonceptie jij nog kunt gebruiken. Wij willen graag daarbij benadrukken dat het helemaal oké als je besluit geen hormonale anticonceptie meer te gebruiken, maar alleen een koperspiraaltje of condooms. Doe uiteindelijk waar jij je fijn bij voelt!

Eline, 2021

Het voorschrijven van anticonceptie is maatwerk, omdat iedere vrouw anders is. Er is een richtlijn waar artsen zich aan moeten houden als ze anticonceptie willen voorschrijven. Op het gebied van de anticonceptiepil hebben de makers van de richtlijn een voorkeur uitgesproken, omdat op basis van wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat deze het veiligste zouden zijn. In dat besluit is veel meegenomen, zoals de trombosekans, maar ook hoe goed het beschermt tegen zwangerschap. 

De voorkeur wat betreft anticonceptiepillen gaat uit naar de volgende pillen:

​1. Levonorgestrel 150 microg. + ethinylestradiol 30 microg.

2. Levonorgestrel 100 microg. + ethinylestradiol 20 microg.

3. Gestodeen 75 microg. + ethinylestradiol 20 microg.

​(bron: NHG)

Het tromboserisico in de tabellen geldt alleen als je gezond bent. De kans wordt groter als je bijvoorbeeld rookt of overgewicht hebt. Wil je weten hoeveel kans jij op een bloedklonter hebt? Neem dan contact op met jouw arts.

Geen anticonceptie:

2-3 op de 10.000 vrouwen krijgen trombose

Zwangerschap:

10-30 op de 10.000 vrouwen krijgen trombose

De eerste zes weken na de bevalling:

50-100 op de 10.000 vrouwen krijgen trombose

Tromboserisico (bron; CBG)

Dit is een deel van het artikel dat Eline heeft geschreven voor haar afstudeeronderzoek voor journalistiek in 2020. Hiervoor is ze gaan kijken naar de feiten en cijfers achter trombose door anticonceptie onder jonge vrouwen. Wat haar het meeste opviel was dat er veel onduidelijkheid is rond hoe vaak het nu eigenlijk voorkomt. Dit komt doordat zorgverleners het vaak niet melden en dat tromboseoverlevers vaak niet weten dat zij het kunnen melden bij Bijwerkingcentrum Lareb. Verder willen we nogmaals benadrukken dat goed overleg met jouw huisarts over anticonceptie erg belangrijk is! Zeker na het krijgen van trombose. Wij zijn geen artsen en kunnen deze beslissing niet voor jou maken. We hopen dat je uit het artikel haalt dat er meerdere opties naast ‘de pil’ zijn om hormoon- (en hopelijk trombose) vrij anticonceptie te gebruiken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *