Categorieën
Blog

Editorial – mei

We kunnen er niet omheen: de wereld is in de ban van de pandemie. Ook wij zullen het hier deze maand over hebben, want het is niet niets dat alle structuur wegvalt en wij onze sociale contacten moeten beperken. Daarom deze maand: trombose en corona.

Dat ondervond Xynthia Bruinsma ook. Ze kreeg op haar zeventiende een longembolie door de anticonceptiepil. Voordat de pandemie kwam, had ze haar angst eindelijk onder controle. Doordat de structuur in haar leven wegviel, kwam de angst net zo hard weer terug. In haar artikel kun je binnenkort lezen hoe zij hiermee is omgegaan en hoe het nu met haar gaat.

Verder hebben we deze maand ook gekeken naar wat er nu eigenlijk allemaal bekend is op het gebied van corona en trombose. Tijdens het onderzoeken kwamen wij er achter dat er vooral veel nog niet bekend is, omdat er nog volop onderzoek naar gedaan wordt. Wat we wel heb kunnen vinden, kun je binnenkort lezen.

Eline

Voordat Nederland in maart 2020 op slot ging, woonde ik op kamers in Groningen. Het weekend voordat Rutte aankondigde dat alle scholen gesloten zouden worden, had ik met mijn vriend nog allerlei leuke activiteiten ondernomen. We waren onder andere samen naar een kroeg gegaan. Ik weet nog goed hoe we in gesprek raakten met twee Brabanders en hoe ik licht ongemakkelijk bedacht dat zij het virus wel eens konden hebben. Achteraf is dit het begin geweest van mijn nieuwe ‘mindset’, waarin ik hyperalert ben en iedereen ervan verdenk dat zij het virus kunnen hebben.

Toen er sprake was van gesloten grenzen tussen onder andere Duitsland en Polen, was ik doodsbenauwd dat ook de grens tussen Duitsland en Nederland zou sluiten. Mijn ouders en broertjes wonen namelijk nog in Duitsland en ik zag het totaal niet zitten om in een lockdown te zitten in mijn kamer van 16 m2. Ik pakte zoveel mogelijk spullen in en pakte de eerste bus naar mijn ouders toe. Dat het de laatste keer was in een lange tijd dat ik mijn vriend zou zien, besefte ik toen nog niet.

Ik werd namelijk doodsbenauwd voor het virus, want ik wist (en weet) niet wat het met mij zou doen als ik het virus zou krijgen. Daarom bleef ik weken lang bij mijn ouders. Daar hadden we alle ruimte, kon ik ongestoord werken aan mijn afstudeerscriptie en konden we uren lopen in het bos en veld zonder iemand tegen te komen. Ondertussen zagen we op de Nederlandse televisie allerlei beelden voorbij komen van volgestroomde parken en geimproviseerde thuiswerk situaties. Ja, op dat gebied hadden wij het zeker goed.

Ondertussen miste ik mijn vriend(en) wel ontzettend erg, maar ik durfde het niet aan om met hen af te spreken. Ik was veel te bang dat zij het virus zouden meedragen en dat ik doodziek zou worden. Ik had (en heb) geen zin om opnieuw in doodsangsten op de intensive care te liggen. 

“Als ik zou overlijden aan het virus, dan wilde ik daarvoor geleefd hebben”

De situatie voelde uiteindelijk uitzichtloos aan. Eind mei, na een van de vele persconferenties, barstte ik in huilen uit. Ik wist niet hoe lang het nog zou duren voordat de situatie onder controle zou zijn. En ik wist eigenlijk ook niet waar ik op wachtte. Want wanneer vond ik het nu eigenlijk veilig om mijn vriend(en) weer te zien? Bij duizend besmettingen? Of honderd? Uiteindelijk ging er een knop in mij om en realiseerde ik dat ik niet wilde leven in angst. Niet opnieuw, zoals ik altijd had gedaan. Als ik zou overlijden aan het virus, dan wilde ik daarvoor geleefd hebben. En dus besloot ik de volgende dag weer de bus te pakken naar Groningen. 

Inmiddels zijn we vele maanden verder. Met pieken en dalen verspreidt het virus zich nog altijd door het land. Ik ben inmiddels veel minder angstig dan in het begin, maar toch voel ik mijn angst nog altijd met vlagen opkomen. Want ik weet niet hoe het zou gaan met mij als ik het virus krijg. Laten we hopen dat het virus snel onder controle is en we terug kunnen gaan naar ons oude leven..

Noa

Voor mij begon de pandemie al op 27 januari 2020. Ik zou een half jaar in China gaan studeren, maar dit werd toen gecancelled. Voor mij was deze uitwisseling als kers op de taart, nadat ik 8 maanden had gerevalideerd na mijn longembolie. Onwijs balen, maar het lag buiten mijn macht. Wat ik toen niet zag aankomen, was dat er nog veel meer onverwachte situaties gingen komen in het jaar daarna.

De eerste lockdown was voor mij vooral moeilijk, omdat er zo weinig bekend was over corona. Wat was het effect van corona op iemands longen en hoorde ik dan bij de risicogroep? Dit waren de vragen die het topje van de ijsberg vormden, die mij constant bezig hield. Daarnaast werd ik lichtelijk geobsedeerd door bewegen. Als ik de hele tijd thuis stil zou zitten, zou ik dan weer trombose krijgen? Ik merkte dat het bij mij zich vertaalde met constant met mijn voet tikken of met mijn benen wiebelen tijdens het werken en studeren.

Zeker de eerste maanden stonden voor mij in het teken van aanpassen, corona en trombose. Gelukkig kon ik even terecht bij mijn ouders waardoor ik de rust had om aan de nieuwe situatie te wennen in een bekende omgeving. Het was de onzekerheid in het begin dat mij het meest raakte. Pas toen de eerste onderzoeken uitkwamen en ik vrienden kenden die corona hadden gehad, zakte bij mij de onzekerheid weg. Niet dat ik corona onderschat of de impact die het kan hebben op iemand van mijn leeftijd wil ondermijnen, maar ik werd er veel rustiger van in mijn hoofd.

Wat mij wel frustreerde waren situaties waar mensen lacherig deden over dat het maar een griepje was. Ik kan niemand aanraden om iets met zijn of haar longen te krijgen. Snapte niemand dan hoe pijnlijk en traumatisch het kan zijn? Ik kon niet bevatten dat het zo onderschat werd en nam dit heel persoonlijk op. Na veel discussie en praten heb ik dit meer los kunnen laten en mijn eigen ervaring ook meer een plek kunnen geven.

“Waar de eerste lockdown nog onzeker maar ook gezellig en nieuw was (wat een zeer bevoorrechte situatie was), was de tweede mentaal en fysiek onwijs zwaar.”

Ik moet zeggen dat sinds de eerste lockdown eindigde, ik mij geen zorgen meer heb gemaakt om mijn eigen gezondheid of de impact op mijn longen. Pas bij de tweede lockdown kwam weer een harde tegenslag. Het was toen november en de dagen werden letterlijk en figuurlijk steeds donkerder. Daarnaast gingen alle sportgelegenheden dicht en was er geen mogelijkheid meer om ergens heen te gaan of te studeren, afgezien van de 20m2 studentenkamer. Dit was ook de periode dat ik mijn afstudeerproject had en zodoende weinig  motivatie uit mijn omgeving kon halen. Waar de eerste lockdown nog onzeker maar ook gezellig en nieuw was (wat een zeer bevoorrechte situatie was), was de tweede mentaal en fysiek onwijs zwaar. Wat mij hielp was het creëren van een ritme, veel ansichtkaarten naar mensen sturen en nog meer bellen met vrienden.

Het omslagpunt voor mij was toen we voor het eerst in tijden weer konden schaatsen! Wat een prachtig weekend was dat. Vanaf het moment dat het kon tot  het ijs op barsten stond, heb ik op het ijs gestaan. Dit weekend heeft mij veel goed gedaan en betekende voor mij het einde van mijn persoonlijke lockdown. Ik ben vooral aan het leren goed voor mezelf te zorgen en te blijven groeien als persoon.

Categorieën
Blog

Het fysieke leven na trombose

Als je trombose hebt gehad, staat de wereld op de kop. Alles wat voorheen vanzelfsprekend was, kan ineens een grote uitdaging zijn geworden. Je moet jezelf opnieuw leren vinden. Dat is niet makkelijk. In dit artikel kun je lezen hoe Noa en Eline na hun longembolie hun fysieke tegenslagen overwonnen.

Hoewel de verhalen van Noa en Eline van elkaar verschillen, is er ook sprake van een aantal overeenkomsten. Zo lagen ze in het begin vrijwel de hele dag op bed en sliepen ze urenlang. Daarnaast was hun conditie zo dusdanig aangetast dat ze van de kleinste fysieke inspanningen al buiten adem konden raken. Bijvoorbeeld door het opstaan om naar het toilet te gaan. 

Het kon voor Eline soms aanvoelen alsof er geen progressie werd gemaakt, terwijl er achteraf gezien genoeg kleine mijlpalen waren die gevierd konden worden. Noa had dit wel door tijdens haar herstel en was actief bezig om haar kleine overwinningen op te schrijven. 

“Dingen die gelukt zijn:
– buiten wandelen
– een dag niet in bed liggen
– schoenen zelf aantrekken
– dag ‘zelf overleven’
– twee uur met een vriendin afspreken”

Om fysiek sterker te worden, werd Eline doorgestuurd naar een revalidatiegroep bij een fysiotherapeut. Concreet betekende het dat ze twee keer per week een uur heen ging. Ze kwam terecht in een revalidatiegroep waar ze overduidelijk de jongste was met haar zestien jaar. In het begin was vrijwel alles te zwaar. Bij de legpress kon ze bijvoorbeeld amper vier kilo wegdrukken. Uiteindelijk merkte ze dat ze steeds sterker werd en keek ze er iedere week naar uit om de leg press te doen. Na ruim twee jaar kon Eline bijna tweehonderd kilo wegdrukken.

Naast fysiotherapie probeerde Eline ook weer het fietsen op te pakken. Voor haar longembolie fietste ze namelijk iedere dag achttien kilometer naar school. Ze wilde dit graag weer kunnen, maar moest op dat moment elke keer gebracht worden met de auto. Een jaar na haar longembolie lukte het haar net om acht kilometer vol te houden. Eline had op dat moment een zomerbaantje gevonden waar ze zelfstandig heen wilde. Haar ouders kwamen met een oplossing: een tante van haar vader had nog een oude elektrische fiets staan die ze kon lenen. Op die manier wist ze het fietsen minder zwaar te maken, waardoor ze toch elke dag alleen naar haar zomerbaan kon fietsen en haar conditie kon opbouwen.

Voor Noa zag haar fysieke hersteltraject er anders uit. Ze deed geen fysiotherapie, maar begon vanuit haarzelf met zwemmen. Noa had aan haar vrienden gevraagd of er iemand met haar mee wilde gaan. Een vriendin gaf aan dit te willen doen. Drie keer per week zwom Noa met haar. In het begin kon ze het net volhouden om tien minuten te zwemmen. Uiteindelijk hield ze een uur per keer vol. 

Daarnaast wandelde Noa ook veel. Dit is namelijk een van de sporten waarbij je makkelijk kunt beginnen en langzaam kunt opbouwen. Het Pieterpad – een wandeltocht van Groningen naar Maastricht – was voor haar al bekend, omdat haar ouders veel wandelen. Noa zag het als een challenge om het zelf ook te kunnen lopen. In de zomer van 2020 besloot ze impulsief om het maar te gaan doen. Ze begon in Groningen en wandelde uiteindelijk tweehonderd kilometer. Dat ze het Pieterpad niet volledig heeft afgewandeld, vond Noa niet teleurstellend. Ze was allang blij dat ze zover was gekomen. Het gaf een boost aan Noa’s zelfvertrouwen, waardoor ze het idee kreeg dat ze weer fysieke dingen kan doen. In de toekomst wil ze het een keer afmaken.